Organiseren van Zelforganisatie

(zelfsturende of zelforganiserende teams)

De afgelopen tijd heeft Gerda de Leeuw een aantal presentaties gehouden over het opzetten van zelforganiserende teams en de ervaring die we hiermee hebben binnen IVT.

Gerda vertelt altijd aan de hand van 3 flipoverplaatjes het verhaal om te komen tot een succesvol zelf-organiserend team.

Plaatje 1: Het BLIM-model

Het is belangrijk voor een beginnend zelf-organiserend team om stil te staan bij de vragen over bestaansrecht en bedoeling. Wat leveren we voor dienstverlening, wie zijn onze klanten en wat is de bedoeling van onze dienstverlening. In andere woorden: ‘Waar gaan we voor en waar staan we voor?’ en ook niet onbelangrijk: ‘Wat zijn de resultaatafspraken met de organisatie waar we voor werken? ’Daarnaast is het van belang dat teamleden stilstaan bij wie ze zelf zijn, wat hen motiveert om in dit team mee te doen, wat hen energie geeft. Als teamleden elkaar daarop kunnen vinden is het belangrijk hierover afspraken te maken. Wie heeft welke rol, wat zetten we in vanuit deze rol.

Fase 1 gaat over de afspraken die we eerst met elkaar maken op de bedoeling, ons bestaansrecht (B), de leefbaarheid, onze energie en motivatie (L), de rollen en de bijbehorende verantwoordelijkheden en gedragingen (I) en de manier waarop we het met elkaar monitoren en managen (M).

 

Plaatje 2: Fasen van teamsamenwerking

Fase 2 gaat over het samen gaan doen en samen leren zoeken om deze afspraken ook in te vullen en na te komen. Dit is in de praktijk de meest interessante en tevens de moeilijkste fase. Samen zoeken is een kunst. Het vraagt om zelfreflectie, eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen, elkaar durven aanspreken en vragen stellen, elkaar om hulp durven vragen, initiatief nemen, eigenheid hebben en tegelijkertijd in kunnen voegen als dit nodig is. Als de burger of cliënt centraal staat is samen zoeken een mooie ervaring.

 

 

Plaatje 3: Het IJsbergmodel

In het samen zoeken komen we ons zelf en elkaar tegen op lagen in onszelf die meestal niet zo duidelijk aan de oppervlakte komen maar wel een grote rol spelen.

De emotie laag, de denk-laag en onze bewustzijns-laag. We kunnen duidelijke afspraken maken over hoe het allemaal hoort en moet gaan, maar de praktijk blijkt anders. In de praktijk spelen emoties vaak een rol en schieten mensen vanuit emoties soms in vecht- of vluchtgedrag. Als dat gebeurt komen ze hun afspraken meestal niet of anders na. Ook speelt in de praktijk ons verschil in bewustzijn en enthousiasme een rol. Hierdoor loopt de een veel harder dan de ander, of ziet de een veel meer dan de ander. Deze verschillen worden meestal wel opgemerkt maar niet altijd gewaardeerd en besproken.

Deze lagen onder de gedragingen van ieder, spelen een grote rol in de samenwerking en in ons handelen.

In zelforganiserende teams willen we zo veel mogelijk gebruik maken van de kwaliteiten en mogelijkheden van mensen. We willen zoveel mogelijk het potentieel dat er is benutten. Dit vraagt om bewustzijn en aanboren van dit potentieel. Deze laag zit onder onze emotielaag en onze denklaag en dit maakt dat we hierin regelmatig blijven hangen. Het interessante hierbij is: ‘Hoe komen we hier en hoe leren we soepel omgaan met deze lagen en intern schakelen?’

Dit proces speelt een grote rol bij de ontwikkeling van zelforganiserende teams. Dit proces maakt het interessant en boeiend om met zelforganiseren bezig te gaan. Tegelijkertijd vraagt het om begeleiding van dit proces van ontwikkeling van bewustzijn, zelfreflecterend vermogen en samen zoeken op een open manier.

Het blijft zodoende een boeiend en bijzonder proces. De ontwikkeling van zelforganiserende teams is de manier om voortdurend te blijven leren met elkaar en te ontwikkelen.

 

 

 

Please publish modules in offcanvas position.